Het eerste gesprek met de bedrijfsarts voelt voor veel mensen als een examen. Je bent moe, je woorden komen moeizaam, en tegelijk heb je het gevoel dat je jezelf moet bewijzen. Dat gevoel is begrijpelijk, maar het klopt niet: de bedrijfsarts is er niet om je te betrappen. Toch helpt voorbereiding, want wat hier wordt vastgelegd, bepaalt de rest van je traject.

Kort antwoord: in een gesprek met de bedrijfsarts bespreek je wat je nog wel en niet kunt, niet je diagnose. De bedrijfsarts heeft beroepsgeheim en mag je werkgever alleen vertellen wat je beperkingen en mogelijkheden zijn, niet wat je mankeert. Bereid je voor door je klachten en je dagelijkse belastbaarheid op te schrijven. Ben je het oneens met het oordeel, dan kun je een second opinion of een deskundigenoordeel bij UWV vragen.

Wat doet de bedrijfsarts eigenlijk?

De bedrijfsarts beoordeelt je belastbaarheid: wat kun je nog aan, en onder welke voorwaarden. Hij of zij is geen behandelaar en gaat je burn-out dus niet behandelen. Dat is een taak voor je huisarts of een psycholoog. De bedrijfsarts adviseert wel over je herstel en over de opbouw van je werk, en schrijft de probleemanalyse die de basis vormt voor je plan van aanpak. Hoe dat proces loopt lees je in de wet verbetering poortwachter.

Belangrijk: de bedrijfsarts is onafhankelijk. Hij werkt niet in opdracht van je werkgever om je terug te sturen naar je bureau. Wat een bedrijfsarts doet, staat uitgelegd op Thuisarts.nl.

Wat mag je werkgever weten?

Minder dan veel mensen denken. De bedrijfsarts heeft beroepsgeheim. Je werkgever mag niet horen wat je diagnose is, welke klachten je precies hebt of welke behandeling je krijgt. Wat de werkgever wél te horen krijgt: wat je nog kunt doen, welke beperkingen er zijn, en hoe lang die naar verwachting duren.

Dat betekent dat je bij de bedrijfsarts eerlijk kunt zijn, ook over dingen die je liever niet met je leidinggevende deelt. Twijfel je of iets doorverteld wordt, vraag het dan hardop tijdens het gesprek.

Zo bereid je je voor

Bij een burn-out is je geheugen slecht en je overzicht klein. Ga daarom niet op je gevoel af tijdens het gesprek, maar neem iets mee op papier.

Een concreet hulpmiddel is het energiedagboek uit concentratieproblemen bij burn-out. Wie iets zwart-op-wit kan laten zien, wordt beter gehoord.

Wat je zeker moet noemen

Vertel het volledige beeld, ook als het ongemakkelijk is. Slaap je slecht, piekert je hoofd de hele nacht door, kun je niet tegen drukte of geluid, heb je lichamelijke klachten zoals hoofdpijn of hartkloppingen? Zeg het. Mensen met een burn-out hebben de neiging zich groter te houden dan ze zijn, uit gewoonte of uit schaamte. Dat leidt tot een te optimistisch beeld en een te snel opbouwschema, en dat is precies het recept voor een terugval. Lees ook terugval na een burn-out voorkomen.

Als je het niet eens bent met het oordeel

Dat kan gebeuren, bijvoorbeeld als de bedrijfsarts een opbouw voorstelt die jij niet aankunt. Zeg dat dan meteen, en vraag om aanpassing. Kom je er niet uit, dan heb je twee mogelijkheden. Je kunt een second opinion vragen bij een andere bedrijfsarts, dat recht heb je. En je kunt bij UWV een deskundigenoordeel aanvragen over bijvoorbeeld je belastbaarheid. Meer over verzuim en de rol van de arbodienst staat op het Arboportaal en bij UWV.

Wat je nu kunt doen: schrijf voor je volgende afspraak drie dagen lang op wat je doet en wat het je kost. Neem dat mee. En noteer je twee belangrijkste vragen, zodat je ze stelt ook als je hoofd tijdens het gesprek dichtklapt.

Gaat het echt niet meer? Bij acute nood of gedachten aan zelfdoding: bel 0800-0113 (gratis, dag en nacht) of kijk op 113.nl.

S

Sanne de Vries

Schrijft over mentale gezondheid en burn-out. Geen behandelaar, wel iemand die zich vastbijt in openbare bronnen en die het rustig en eerlijk uitlegt. Meer over deze site lees je op de overpagina.