Je houdt van je kinderen. En tegelijk voel je je leeg zodra je hun stem hoort. Je gaat op de automaat door de dag, je bent sneller boos dan je wil, en 's avonds ligt er een schuldgevoel dat je nauwelijks kunt uitspreken. Dit is een van de eenzaamste vormen van uitputting die er is, juist omdat er zo'n taboe op rust.
Kort antwoord: een ouderschapsburn-out is langdurige uitputting door de zorg voor je kinderen, met emotionele afstand tot je kind en het gevoel dat je tekortschiet als ouder. Het zegt niets over hoeveel je van je kind houdt, maar alles over hoe lang je bent doorgegaan zonder herstel. Praat erover met je huisarts, want dit hoeft niet zelf opgelost te worden.
Wat een ouderschapsburn-out is
Het is uitputting die voortkomt uit de zorg voor je kinderen, en die zo lang duurt dat je er emotioneel afstand van neemt. Je doet nog steeds wat er moet gebeuren, maar je bent er niet echt meer bij. Dat voelt als verraad aan je eigen kind, en dat maakt het zwaar om erover te beginnen.
De kern is dezelfde als bij een burn-out door werk: te lang te veel geven, met te weinig ruimte om op te laden. Het verschil is dat je je niet ziek kunt melden voor het ouderschap. Er is geen bedrijfsarts en geen vervanger.
De signalen
- Je bent uitgeput, ook na een nacht slaap.
- Je hebt een kort lontje en schreeuwt sneller dan je wil.
- Je voelt afstand tot je kind, alsof je op de automaat zorgt.
- Je hebt het gevoel dat je faalt als ouder, elke dag opnieuw.
- Je vermijdt momenten met je kind en voelt je daar schuldig over.
- Je hebt lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, slapeloosheid of een onrustige maag.
Deze klachten lijken op die van een burn-out door werk. Zie herken de signalen van een burn-out en lichamelijke klachten bij een burn-out.
Waarom bijna niemand het zegt
Over werkstress praten mag. Zeggen dat je opvoeden te zwaar vindt, voelt als toegeven dat je een slechte ouder bent. Dus zwijg je, en ga je door, en groeit het.
Dit hoort gezegd te worden: uitputting zegt niets over je liefde voor je kind. Het zegt iets over de belasting die je draagt en over hoe weinig hulp je krijgt. Er is een verschil tussen niet meer kunnen en niet meer willen.
Hoe het ontstaat
Meestal door een stapeling: jonge kinderen, slaaptekort, een baan, geen netwerk in de buurt, een kind dat extra zorg nodig heeft, financiƫle druk, of een partner die veel weg is. Ook hoge verwachtingen spelen mee, want de norm voor goed ouderschap is de laatste decennia flink opgeschroefd. Betrouwbare informatie over opvoeden en opvoedstress vind je bij het Nederlands Jeugdinstituut.
Wat helpt
Begin met het uitspreken. Bij je partner, bij een vriend, bij de huisarts. Ga daarna praktisch te werk. Er is vrijwel altijd meer hulp mogelijk dan je denkt: opvang, familie, buren, het consultatiebureau, de jeugdgezondheidszorg of het wijkteam van je gemeente. Hulp vragen is geen falen, het is verstandig gedrag.
Zoek daarnaast herstelmomenten die echt van jou zijn, hoe klein ook, en plan ze in als afspraak. Slaap is hierbij het belangrijkste en het meest onderschatte medicijn, zie slecht slapen bij een burn-out. En bespreek klachten die aanhouden met je huisarts, zeker als je somber wordt of gedachten krijgt die je bang maken. Zie ook hoe je iemand met een burn-out helpt als je dit voor je partner leest, en burn-out bij vrouwen over de stapeling van zorgtaken. Betrouwbare informatie over mentale gezondheid staat bij Thuisarts.nl en Mentaal Vitaal.